Ovengedroogd & Natuurlijkgedroogd
Hout wat net gekapt is heeft ongeveer een vochtigheidspercentage van 45-50%.
Natuurlijk gedroogd hout heeft ongeveer gemiddeld een vochtigheidspercentage
van 20%, dit na een droogperiode van ongeveer één jaar.
Invloed heeft uiteraard het houtsoort, weersomstandigheden, opslag en dergelijke.
Het haardhout wordt gezaagd in de gewenste grootte en wordt dan los gestort in
stalen kooien met het oog op een zo goed mogelijke doorstroming van lucht.
De kratten hebben een inhoud van ongeveer 1,4 m³.
De lucht in de droogkamer wordt verwarmd en grote ventilatoren zorgen er voordat de
warme lucht goed door het los gestorte hout heen circuleert.
De lucht stijgt dan langzaam in relatieve vochtigheid en temperatuur.
Op zes willekeurige plekken in de droogkamer worden stalen pinnen in het haardhout gestoken
om zo continu het vochtpercentage te kunnen meten.
Bij het bereiken van de gewenste temperatuur en (relatieve) vochtigheid zal automatisch
het ventilatiesysteem geopend worden om zo een gedeelte van de warme vochtige lucht naar buiten
af te voeren. De onderdruk die hierdoor ontstaat trekt weer frisse buitenlucht de droogkamer in.
Dit proces zal zich blijven herhalen totdat het gewenste vochtigheidspercentage gehaald is.
Het vochtigheidspercentage, na 3 tot 4 dagen in de droogkamer gestaan te hebben, is minder dan 10%.
Tijdens de opslag zal dit percentage weer oplopen (net als bij natuurlijk gedroogd hout) tot een
vochtigheidspercentage van gemiddeld 12 tot 13%. (wat normaal is)
Ovengedroogd haardhout heeft een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van
natuurlijk-gedroogd haardhout. Het hout blijft mooi, schoon en vrij van schimmels en ongedierte
terwijl de karakteristieke houtgeur toch bewaard is gebleven.


